Katwijks Museum

Motorlogger IJmuiden ca. 1958

De Visserij en Katwijk

De visserij op de Noordzee is voor Katwijk aan Zee eeuwenlang een belangrijke bron van bestaan geweest. Bekend is dat al in de middeleeuwen door Katwijkers zee werd gekozen om vis te vangen. Door het ontbreken van een haven, viste men vanaf het strand met platbodemschepen. Was dit eerst de zogenoemde visserspinck, na 1830 werd het de hieruit ontwikkelde bomschuit. Daar de visserij niet altijd lonend was, vond men destijds in de vrachtvaart, maar ook in de smokkel, alternatieve inkomsten.

Ontwikkeling vissersschepen

Nadat in 1850 het haringkaakverbod was opgeheven voor de vissersplaatsen langs de Hollandse kust (de zg Zijde, naast Katwijk ook Scheveningen, Noordwijk en Egmond) kwam de visserij langzaam tot bloei. De vloot groeide van circa 30 vaartuigen in 1850 tot zoín 70 stuks in 1900. De haringvisserij speelde daarbij een steeds grotere rol. Men viste met de vleet op haring en daarbij kwam men tot op de Shetland eilanden. Na de introductie van de zeillogger als nieuw type vissersvaartuig, werd in de periode 1895-1915 de plompe bomschuit geheel vervangen. De logger, een kielvaartuig met uitstekende zeileigenschappen, maakte echter een haven noodzakelijk. In Scheveningen was na de aanleg van een zeehaven in 1904 de vervanging van de bomschuit eenvoudig, doch ook in Katwijk vond deze vervanging plaats. De Katwijkers gingen vooral gebruik maken van de havens van IJmuiden en die van Vlaardingen en Maassluis. Voor het transport van de lading van en naar Katwijk werden binnenschuiten ingezet. De bemanningen reisden per trein of vrachtwagen en de bus. In 1916 bereikte de Katwijkse vloot een voorlopig hoogtepunt met ca 130 zeilvaartuigen.

Bomschuit ca. 1895

Schippers-eigenaren

De periode tussen de twee wereldoorlogen was voor de visserij moeizaam. Diverse rederijen gingen failliet door de crisisjaren waardoor nogal wat schepen werden opgelegd. Tegelijkertijd investeerden de overblijvers door de zeilloggers te voorzien van een motor. Men was daardoor minder afhankelijk geworden van de wind. Een deel van de opgelegde vloot werd in de dertigerjaren verkocht aan schippers die voor zichzelf wilden beginnen: de start van de zogenoemde schippers-eigenaren. De overige schepen verdwenen naar ScandinaviŽ om aldaar als vrachtschip te worden ingezet.

Naoorlogse jaren

Tijdens de bezettingsjaren werd een deel van de vloot gevorderd: een deel daarvan werd na de oorlog weer teruggevonden. De eerste na-oorlogse jaren leverde de visserij uitstekende resultaten op. Door modernisering van vloot en verwerking werd de haring steeds meer gevangen door motortrawlers die na 1955 in de vaart kwamen. De vleetvisserij op haring zakte langzaam weg door gebrek aan bemanningsleden op de veelal verouderde schepen. Rond 1965 was deze vorm van visserij vrijwel over. Dit had ook tot gevolg dat verwante activiteiten als transport per binnenschuit, het gebruik van het wantveld en de boetsters etc. verdwenen.

Geen eigen vissershaven

De groep schipperseigenaren groeide na 1950 ook snel: iedereen die het aandurfde kon voor zichzelf beginnen. Rond 1965 was de Katwijkse vloot gegroeid tot ruim 180 schepen. En dat zonder een eigen haven! De wens van een eigen zeehaven werd geregeld kenbaar gemaakt, zoals in 1950 met een tocht naar Den Haag om zelfs minister president Drees van de noodzaak te overtuigen. Het mocht allemaal niet baten. IJmuiden werd definitief de Katwijkse thuishaven. In 1963 werd ook nog een poging gedaan. Hoewel het aantal Katwijkse schepen na 1970 drastisch afnam, werd Katwijk nog steeds gezien als belangrijke vissersplaats: bij de privatisering van het IJmuidense Staatvissershavenbedijf nam de gemeente Katwijk een aandeel in de nieuwe gevormde Zeehaven ter bevestiging van het feit dat IJmuiden al jarenlang de thuishaven was van de Katwijkse vloot.

Thans is nog steeds een deel van de bevolking afhankelijk van de visserij. De vloot is wel gekrompen tot ongeveer 10 moderne schepen, maar de opleving van de visserijschool geeft aan dat er nog steeds vissersbloed door de Katwijkse aderen vloeit en er vissers kunnen worden afgeleverd.

Twee kotters bouwjaar ca. 1963 die in span hebben gevist

Maritiem archief

Het museum beschikt over een uitgebreid maritiem archief, waar diverse vrijwilligers bij betrokken zijn. Foto's, krantenknipsels, monsterboekjes e.d. worden verzameld over het maritieme verleden van Katwijk, t.w. visserij, binnenvaart, walvisvaart en koopvaardij. Heeft u een vraag of juist informatie die in het archief thuis hoort: elke maandagavond zijn medewerkers aanwezig. Contact per e-mail kan ook: maritiem@katwijksmuseum.nl

Houten zeillogger IJmuiden ca. 1920